Deskundig,
Laagdrempelig
en Klantvriendelijk
8

Het rijvaardigheidsonderzoek van het CBR

Wanneer door de politie bij een bestuurder geconstateerd wordt dat diens deelname aan het verkeer of controle over diens motorvoertuig een mogelijk risico vormt voor de verkeersveiligheid dan wordt hier mededeling van gedaan bij het CBR. Deze mededeling gebeurt schriftelijk op grond van art. 130 lid 1 WVW 1994 en onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen. In de meeste gevallen wordt de mededeling door de politie gedaan. Het CBR start vervolgens de vorderingsprocedure.

Volgens de Raad van State maakt de dwingende formulering van artikel 131 van de WVW 1994 dat het opleggen van een onderzoek naar de rijvaardigheid in de bij ministeriële regeling bepaalde gevallen voor het CBR een verplichting is, indien een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de WVW 1994 wordt gedaan en voortvloeit uit het in dat artikel vermelde vermoeden dat de houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de rijvaardigheid die vereist is voor het besturen van een motorrijtuig.

Dit is een standaard onderzoek en volgt een vast patroon. U kunt bezwaar maken tegen het besluit van het CBR om u aan een rijvaardigheidsonderzoek te onderwerpen, waarover hierna meer.

Dit rijvaardigheidsonderzoek is geen examen, maar een herbeoordeling van de rijvaardigheid. Dit onderzoek bestaat uit een praktisch (kunt u nog wel autorijden?) en een theoretisch gedeelte (kent u de verkeersregels nog wel?). Daarbij moet u in een lesauto verschijnen, deze regelt u zelf via een rijschool. Wanneer er sprake is van een medische situatie, is ook een medisch onderzoek mogelijk. Dit zou in uw geval van toepassing kunnen zijn.

Na afloop van het onderzoek wordt een beoordelingsformulier naar het CBR gestuurd, waarna het CBR beslist over een eventuele rijvaardigheidsverklaring. Dit komt neer op een positief besluit over de rijvaardigheid of het ongeldig verklaren van het rijbewijs.

Als u het niet eens bent met de weigering van de verklaring van geschiktheid of een beperkte verklaring van geschiktheid kunt u bij het CBR een herkeuring aanvragen. Daarnaast staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Zo kan er bezwaar worden gemaakt tegen het besluit een onderzoek op te leggen, maar ook tegen het besluit over de rijvaardigheid of geschiktheid.

Het bezwaarschrift tegen het besluit rijvaardigheidsonderzoek dient gemotiveerd, en zo mogelijk met bewijsstukken onderbouwd, waarin dient te worden aangegeven waarom u het niet eens bent met het door het CBR opgelegde onderzoek naar de rijvaardigheid. Voor wat betreft de gronden van het bezwaar kunt u onder andere het volgende aanvoeren:
- U bent ten onrechte aangemerkt als bestuurder;
- Er is niet voldaan aan de criteria voor het opleggen van het onderzoek naar de rijvaardigheid;
- Hetgeen de politie heeft geschreven over het rijgedrag is niet juist;
- Er hebben zich overige onrechtmatigheden of onregelmatigheden voorgedaan.

Het gaat hier niet op een limitatieve opsomming van de gronden van bezwaar. Er kunnen ook andere gronden van bezwaar zijn die als verweer kunnen worden gevoerd die niet hiervoor zijn genoemd.

Volgens vaste rechtspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dient voor het opleggen van een rijvaardigheidsonderzoek slechts te worden vastgesteld of er een vermoeden bestaat dat niet meer over de vereiste rijvaardigheid wordt beschikt. Het opgelegde rijvaardigheidsonderzoek strekt er vervolgens toe of dit vermoeden gegrond is en er inderdaad vastgesteld kan worden dat de chauffeur niet meer beschikt over de noodzakelijke rijvaardigheid.

Het CBR dient vervolgens binnen 6 weken na het verstrijken van de bezwaarperiode een beslissing te nemen op het bezwaarschrift. Deze beslissing kan met 6 weken worden verlengd. U ontvangt daarover schriftelijk bericht.
Het indienen van een bezwaarschrift tegen een beslissing van het CBR schort de werking ervan niet op. Voor wat betreft het onderzoek naar de rijvaardigheid betekent dit dat u ondanks het indienen van het bezwaarschrift nog wel uw medewerking moet verlenen aan het onderzoek naar de rijvaardigheid. Ook wanneer u een bezwaarschrift indient, moet u dus het onderzoek bij de door het CBR aangewezen rijvaardigheidsspecialist ondergaan.

Pas wanneer het CBR het bezwaarschrift gegrond verklaard, stopt het onderzoek naar de rijvaardigheid voor u.
Indien het CBR het bezwaarschrift ongegrond verklaart, hebt u nog de mogelijkheid om binnen 6 weken een beroepschrift in te dienen bij de rechtbank in het arrondissement waar u woonachtig bent. Wanneer u geen gebruik maakt van de mogelijkheid om een voorlopige voorziening te vragen, is dit uw eerste kans om de zaak aan de rechter voor te leggen.

In het beroepschrift geeft u opnieuw gemotiveerd aan waarom u het niet eens bent met het door het CBR opgelegde onderzoek naar de rijvaardigheid.

Wanneer u het niet eens bent met de beslissing van de rechtbank, kunt u hiertegen nog in hoger beroep. U moet dan binnen 6 weken na de beslissing van de rechtbank een hoger beroepschrift indienen bij de Raad van State.

 

Informatief



Algemene Voorwaarden         sitemap         links