Deskundig,
Laagdrempelig
en Klantvriendelijk
5

Niet-genoten vakantiedagen moeten ook worden uitbetaald na overlijden

Het Europese Hof kreeg enige tijd geleden een drietal vragen voorgelegd uit uit Duitsland, Denemarken, Hongarije, het Verenigd Koninkrijk en de Europese Commissie, nl.

Moet artikel 7, lid 1, van richtlijn 2003/88 aldus worden uitgelegd:

- dat deze bepaling in de weg staat aan nationale wetten of gebruiken op grond waarvan het recht op de minimumperiode van de jaarlijkse vakantie met behoud van loon bij het overlijden van de werknemer in zijn geheel tenietgaat, namelijk naast het recht op vrijstelling van de arbeidsverplichting, dat niet meer kan worden uitgeoefend, ook het recht op betaling van het loon voor de vakantieperiode?

- dat het recht op een financiële vergoeding voor de jaarlijkse vakantie met behoud van loon bij beëindiging van de arbeidsverhouding op zodanige wijze aan de persoon van de werknemer is gebonden dat dit recht hem enkel toekomt om de doelstellingen van uitrusten en vrije tijd die met het verlenen van de jaarlijkse vakantie met behoud van loon verbonden zijn, ook op een later tijdstip te kunnen realiseren?

- dat de werkgever bij de organisatie van de arbeidstijd verplicht is de werknemer met het oog op de bescherming van diens veiligheid en gezondheid daadwerkelijk vakantie te geven vóór het einde van het kalenderjaar of uiterlijk vóór het einde van een op de arbeidsovereenkomst toepasselijke overdrachtperiode, zonder dat het van belang is of de werknemer vakantie heeft aangevraagd?"

Op 12 juni 2014 oordeelde het Europese Hof van Justitie in Luxemburg dat artikel 7 van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd moet aldus moet worden uitgelegd dat het in de weg staat aan nationale wetten of gebruiken volgens welke het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon vervalt zonder dat een recht ontstaat op een financiële vergoeding voor niet-opgenomen vakantie, in geval van beëindiging van de arbeidsverhouding door het overlijden van de werknemer. Het recht op die vergoeding mag niet afhankelijk worden gesteld van een voorafgaand verzoek van de betrokkene.

Dat wil zeggen dat het recht op uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen niet vervalt bij overlijden van de werknemer. Een financiële vergoeding bij beëindiging van de arbeidsverhouding door het overlijden van de werknemer is volgens het Hof noodzakelijk om het nuttig effect van het bij richtlijn 2003/88 aan de werknemer verleende recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon te waarborgen. Het Hof overweegt verder dat, indien de verplichting tot betaling van het loon voor jaarlijkse vakantie ophield te bestaan bij beëindiging van de arbeidsverhouding door het overlijden van de werknemer, dit tot gevolg zou hebben dat een toevallige omstandigheid, waarover noch de werknemer noch de werkgever controle heeft, leidt tot het totale verlies met terugwerkende kracht van het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon zelf, zoals neergelegd in artikel 7 van richtlijn 2003/88 en dat kan niet volgens het Hof.

Een goede beslissing.

 

 

 

Informatief



Algemene Voorwaarden         sitemap         links